Het Duivelsnaaigaren

(01-07-2006) Het is eind mei. Stilaan zal de duisternis in bezit worden genomen door het licht en wordt een nieuwe dag geboren. Als ik opsta wijst de klok halfzes. Lekker op de fiets naar de heemtuin. Onderweg zijn er de nevelflarden en de geuren van drogend gras. Uit het ven van de heemtuin stijgen zachtroze nevels en is er de typische kruidige geur van de gagel. De tuin is doordrenkt met de zoete kamperfoeliegeur. De zoveelste glimlach ontstaat bij de luide lach van een groene specht die op het beekpad op zoek was naar mieren en hun eitjes. Een padgedeelte zit vol met gaatjes. Hij heeft zijn best gedaan en zal, nadat ik weer uit het zicht ben, terugkeren bij zijn restaurant. Na al die jaren geniet ik nog zo intens van deze bijzondere plek gehuld in haar eigen stilte, haar vredigheid. Het is voor mij zoiets als welzijn met stip. Zoiets als mijn "Mansgevoel". De eerste korenaren zijn behangen met dauw. De heide is, met de bloei van de bremmen, geel als een late morgenzon. Ik kijk aandachtig naar de nog groene bessen die aan de jeneverbesstruik hangen en dit jaar zullen afrijpen. De jeneverbes staat in een plekje met jonge heide die een jaar geleden uit zaad is ontstaan. Mijn verbazing is groot en kan ik mijn geluk niet op als ik ontdek dat een van de jonge struikheideplantjes versierd is met en wirwar van dunne rode garendraadjes. Ik herken het meteen! Voor het eerst groeit er duivelsnaaigaren in dit wilde bloemenparadeske. In de voorgaande jaren heb ik vurig naar de komst van deze soort verlangd. Een diep gekoesterde wens is in vervulling gegaan. Ik onderga deze ontdek-king als die van een grote verliefd-heid en rijkdom. Het zaad is mee-gekomen met heiplagsel, dat bij de aanleg van de heemtuin in 1986 is meegekomen van de Pannenhoef en heeft nu het goede kiemmilieu gevonden om eindelijk te kunnen uitgroeien tot een plant. Officieel heet dit plantje klein warkruid. Het is een parasiet die met haar rode draadjes, in dit geval struikheide, omwikkelt en met behulp van boorworteltjes de stengels binnen-dringt om daar voedingstoffen af te tappen. Ze komt soms voor op brem-soorten en gaspeldoorn om de rijkdom aan eiwitten af te tappen die deze soorten bezitten. Op deze bremsoorten heb ik haar nog nooit mogen ontmoeten. De naam dui-velsnaaigaren is gemakkelijk te verklaren als je naar het plantje kijkt. Als mensen vroeger zaken niet konden verklaren werd dit aan de duivel toegeschreven. Ook nu nog wordt er maar al te vaak har-telijk om dit idee gelachen. Men gaat er te dikwijls vanuit dat wij het allemaal wel weten. Ik tel en tel nog eens en kom niet verder dan vijf plantjes. Ik ben meer dan tevreden en heel gelukkig. Deze soort is de vier en negentigste plantensoort die in ons land op de rode lijst staat en dan zomaar hier in "ut Klein Paradeske" een plekske heeft gevonden. Mijn eerste ontmoeting met duivelsnaaigaren stamt uit begin zeventiger jaren. Ik heb haar voor het eerst ontmoet de heide achter het trappistenklooster tussen Sprundel en Zundert. Daar groeiden ze in mooie grote aantallen op een van de middenbermen van een oud karrenspoor dat de heide doorkruiste. Later heb ik haar regelmatig ontmoet op verschillende heideveldjes in de regio, maar nooit meer in grote aantallen. Een jaar of vijf geleden ontmoette ik haar, rijk aanwezig bloeiend, met kleine zachtroze bloemetjes, die in kluwen bijeen staan, op een paar jonge struikheideplantjes in een natuurreservaatje onder Zundert. Daar lag echt een vierkante meter rood garen. Ik kon er niet naast kijken. Ik heb er zittend op een knie lang en vol verwondering naar gekeken en terwijl ik daar zat kuierde een ree knabbelend op korte afstand langs. Op de Pannenhoef ga ik al 30 jaar lang, ieder jaar weer, naar een vast plekje waar het duivelsnaaigaren al die jaren zich kan handhaven omdat vrijwilligers van de Rucphense Natuurwerkgroep ieder jaar met de hand daar kleine stukjes heide plaggen zodat er steeds jonge heideplantjes kunnen kiemen en die zijn als waardplant ideaal voor het klein warkruid. Tijdens de grote herstelwerkzaamheden op Pannenhoef die plaats hadden eind jaren negentig, hebben zich daar enkele nieuwe groeiplekjes ontwikkeld. Ik hoop dat de soort op heemtuin dit jaar mag groeien en bloeien zodat er voldoende zaden kunnen ontstaan zodat dit juweeltje van de heide in lengte van tijd een vaste bewoner mag worden en te bewonderen zal zijn. Natuurtip: Na de langste dag neemt de zangactiviteit van de vogels merkbaar af. Laat vooral de bessen aan uw struiken voor de vogels. Voor ons zijn deze bessen sierwaarde, voor vogels zijn ze van levensbelang en mekker niet over dat vogelstrontje op de stoep. Terug naar overzicht